The Marshwood Stud


Barstocbrick                                                                                                    Maurice and Betty Cox

De Marshwood stoeterij heeft voor veel ponyliefhebbers wereldwijd nog altijd een magische klank. Velen houden de Marshwood pony als ideaal beeld voor hun eigen fokkerij. Daarnaast fokken ze ook via het door Maurice en Betty Cox beproefde line-breeding principe. In driedelen gaan wij terug in de historie van de Marshwood stoeterij, haar invloed op de fokkerij in Nederland en beschrijven het line-breeding principe. Laatste vanwege de actualiteit in samenhang met de door het NSPS sinds kort gehanteerde inteeltcoëfficiënt. In dit nummer de ruim 60 jarige historie van de Marshwood Stoeterij.

De Marshwood stoeterij werd opgericht in 1922 door Majoor Maurice en zijn vrouw Betty Cox, genoemd naar hun landgoed Marshwood Manor in West Dorset, aan de Engelse zuidkust. Ze hadden altijd al interesse in paarden, vooral via Maurice die master-huntsman was bij een jachtvereniging. De Shetland pony was voor de oorlog naast een werkpony voor de mijnen, ook het speeltje van de Engelse “upper class”, waartoe ook Betty en Maurice zich mochten rekenen en via vrienden werd hun interesse in Shetlanders gewekt.

Door het bezoeken van shows en stoeterijen en gesprekken met bekende fokkers, ontwikkelde Betty en Maurice hun ideaalbeeld van het type Shetlander en in de herfst van 1922 besloten ze, op de jaarlijkse veiling van Shetlanders in Perth enkele merries aan te kopen. Omdat de prijzen van merries laag waren, er was immers alleen vraag naar jonge hengsten voor de mijnen, konden de Cox`en drie merries kopen voor de prijs van slechts negen guineas (ongeveer 10 euro) ieder. De beste was een drie jarige zwarte merrie, Buchanan Dusmore. Zij en haar nazaten vormden een deel van de stoeterij voor jaren.

De fokdoelstelling van de Cox`en was om een “moderne” pony te fokken voor rijden en showen en niet het oude, beknopte” type, met korte hals en korte beentjes dat in de kolenmijnen werd gebruikt. De Marshwood pony was rastypisch, met voldoende beenwerk en beweging, veel manen en staart en met een fijn karakter. Betty en Maurice Cox hielden niet zo van mini-pony`s vanwege de, naar hun mening, beperkte mogelijkheden in gebruik en voorkomende erfelijke afwijkingen.

Betty en Maurice bezochten na de aankoop van de drie merries in Perth, de beroemde stoeterij Earlshall van mr. Bob Mackenzie en ze kochten een driejarige schimmelhengst Bohemian of Earlshall. Deze kwaliteitsvolle hengst had een mooi hoofd, was een goede beweger, maar was wel wat licht van onderdanen. Korte tijd later adviseerde Mackenzie om een merrie te kopen waarvan hij had gehoord dat ze op de markt was in Aberdeenshire. Dit was Verona of Maryfield. Ze was gefokt op de Shetlandeilanden en had voor die tijd een zeer goede bloedlijn. Van Bohemian kreeg ze de eerste goedgekeurde Marshwood hengst Venture.

Enkele jaren later kocht Betty Cox een aantal pony’s bij een locale handelaar, waaronder een mooie zwarte merrie zonder papier Jessie. Van Venture fokte ze een mooi veulentje Jessie II genaamd. Zij is de basis geweest voor de later zo befaamde Marshwood J-line. Haar dochter Jessamine was, in combinatie met Sprinter de moeder van de tophengsten Supreme, Supremacy, Superior en Supervision .

In de jaren voor de oorlog werd de stoeterij langzaam groter en besloot men voor “vers bloed” een nieuwe hengst aan te kopen en wel Rustic Sprite of Standen. Hij was gefokt door Lady Hobart van het Isle of Wight. Deze hengst was geen topper in de showring, maar een schot in de roos op fokkerij gebied. Hij is de meest invloedrijke hengst geweest op de Marshwood Stoeterij, ondermeer door zijn zonen Spook, Spotlight en Sprinter en de merries Jessamine en Gleam.

Betty Cox was de drijvende kracht achter de Stoeterij en was niet alleen een kundig fokker maar ook enthousiast in de showring en met het aangespannen werk. Ze deed zelfs haar dagelijkse boodschappen in het dorp een tweespan en verzorgde met haar Shetlanders circusacts op shows. Marshwood pony’s hebben veel successen behaald op shows zowel in gebruik als aan de hand. De grote shows in Engeland en Schotland werden in die tijd aangedaan per trein en verder per paardenwagen. De grotere stoeterijen hadden hun eigen “grooms” en zo ook de Cox`en, maar het showen en aangespannen rijden werd altijd gedaan door Betty zelf.

In 1936 reisden de Cox`en voor het eerst naar de Shetlandeilanden, een van talrijke bezoeken. Hier hoorde ze dat Peter Manson, van de Maryfield Stud zijn stoeterij van de hand wilde doen. Maurice en Betty waren zeer onder de indruk van de Maryfield Stoeterij, vooral vanwege het aansprekende type en de succesvolle gevestigde bloedlijnen. Ze kochten er vijf jonge merries waarvan Hiker succesvol was als moeder van de zo invloedrijke Sprinter en Roseblossom als moeder van Joseph en Spook. Het succes van de Marshwood pony’s is mede gebaseerd op Maryfield bloedlijnen.

Toen in 1939 de oorlog uitbrak moest Maurice zich bij zijn regiment  “The Scottish Horse” voegen en runde Betty de stoeterij. De overheid vorderde toen hun land voor agrarisch doel en Betty moest haar 50 Shetlanders, de zorgvuldig opgebouwde stoeterij, van de hand doen. Ze zocht voor de meeste een nieuw huis maar hield er een paar op de heuvels in Dorset. Naast enkele jonge merries waren dit Rustic Sprite, Sprinter en Jessamine. Ook het land van de familie Dick van de Transy Stoeterij was gevorderd door de overheid en hun pony’s waren overgenomen door J.E. Kerr van Harviestoun. Na de oorlog heeft de familie Dick enkele merries aan Betty uitgeleend, totdat ze er zelf weer meer konden fokken. De deal was dat de veulens de Marshwood naam meekregen met als toevoeging gefokt door mrs. E.M. Dick en dat de merries op eerste verzoek weer terug zouden gaan naar Transy. Zo is bijvoorbeeld Rosepetal of Marshwood (grootmoeder van Estella Rose van Stal Rodinchem) geboren uit de combinatie Sophimore en Rosepetal of Transy. Gelukkig kon Betty ook nog een aantal van haar eigen merries terug krijgen en is ze met Maurice en met deze pony’s teruggegaan naar Schotland, naar Barncrosh in Castle Douglas, de westkust van Schotland. Hier begonnen ze met de wederopbouw van de Marshwood stoeterij. In 1957 verhuisden ze naar het iets verderop gelegen, schitterende landgoed Bartstobrick.

Na de oorlog waren gekleurde pony’s populair en om mee te gaan in deze trend besloot Betty om een goede hengst te kopen voor haar gekleurde pony’s. Dit werd de hengst Firebird, gefokt op South Park. De hengst fokte goed, maar voor Marshwood begrippen aan de kleine kant. De meest bekende zoon van deze hengst is Fireball uit “Eiland merrie” Nun of Houlland. Deze hengst is via Kipper de grootvader van Kismet en Loki. De gekleurde pony’s hebben nooit vuist kunnen maken op Marshwood ten opzichte van de zwarte.

Door de talrijke bezoeken aan de Shetland Eilanden, zowel voor plezier als vanwege stamboekinspecties, waren beide verliefd geworden op het Eiland en ontstond een vriendschappelijke band met de locale fokkers. Men besloot een vakantiehuis te kopen in Gletness aan de oostkust van Mainland. Met jonge merries van de Eilanden en een premie hengst werd een stoeterij opgebouwd van een 20-tal pony’s. Bekendste fokproducten zijn Gletness Bertha (de moeder van Deni of Kirkholm) en de hengst Gletness Rockall. In 1980 werd het huis op Gletness verkocht en gingen de meeste pony’s naar Barstobrick.

In de jaren 60 en begin 70 liepen er zon 125 pony’s op Barstobrick. De stoeterij was op haar hoogtepunt. Toonaangevende hengst in die jaren was Supremacy. Hij is ondermeer de vader van de bekende merries Jingo, Gloom, Sweetheart, Blatant, Jumble en Fly en de hengsten President, Baron, Scurry en Surety. In Nederland is bijna geen pedigree meer te vinden van grote maat zwarte pony’s, waar Supremacy niet in terug te vinden is. Ook in de showring stond hij z`n mannetje, zo was hij meervoudig winnaar op de Royal Highland Show. Supremacy was een moderne hengst, die in Nederland nog steeds zou aanspreken in type.

De andere tophengst waarmee gefokt werd was Spook (Rustic Sprite x Roseblossom of Maryfield). Spook is de vader van Jet (Mustang en Hunter), Spool en Jilt en de hengst Package (Fluke en Pauline). Later kwam Rosetaupe of Transy (vader Stelmor) die, overigens net als Spook, eerst enkele jaren op de Eilanden was ingezet. Hij was de vader van ondermeer Justify en Julie en de hengst Ransom (Paeony). Rosetaupe was een kleine hengst met enorm veel behang. Hij was een mooi voorbeeld van line-breeding, omdat hij als kleinzoon van Joseph of Marshwood (Supreme x Roseblossom of Maryfield) terugging naar de J-line.

In de jaren 60 en 70 werd grotendeels gefokt met drie lijnen. De meest gerenommeerde was de J-line, daarnaast de G-line en de B-line. Uit andere lijnen zijn ook veel succesvolle pony’s voortgekomen, maar voor de Cox`en waren deze lijnen minder aansprekend.

De J-line is verreweg de meest succesvolle. Deze lijn vertegenwoordigde het rasbeeld van de pony zoals Betty en Maurice die voor ogen hadden. Zowel in de mannelijke als vrouwelijk lijn zijn hier veel succesvolle pony’s uit voortgekomen. Zoals al vermeld is de lijn begonnen met Jessie, de grootmoeder van de zo succesvolle fokmerrie Jessamine, op haar beurt weer verantwoordelijk voor vier tophengsten, Supremacy en zijn drie broers.  Latere hengsten uit de J-line zijn Surety, Skerry en ook de voshengst Jolly-Roger. In de merrie lijn zijn er te veel toppers om hier allen te vernoemen. Enkele aansprekende zijn Juniper, Julie, Justify, Jumble, Jolly, Juanita, Jessamine II, Jamboree, Jessica, Jesma, Jubjube en Jingo. Ook bij de Nederlandse fokkers sprak deze lijn het meeste aan, getuige het feit dat veel merries uit de J-line onze fokkerij hebben gediend en met veel succes onze fokdagen hebben opgeluisterd.

De G-line gaat terug naar Ashbank Firefly en haar dochter Wells Firefly. Deze lijn wordt herkenbaar via Wells Firefly`s dochters Gleam, Glimmer, Flyaway  en Fly. Gleam fokte de merries Gloom (succesvol op Vliek), Glisten en Glitter, Fly is de moeder van de bekende hengstenmoeder Fluke (Newton en Bonance) en Flyaway (grootmoeder van Ladyfly en Myfly).

De B-line was wellicht wat kleiner in aantal, maar zeker niet minder aansprekend in de fokkerij. De mooiste merrie uit de B-line is misschien wel Blatant. Zij is via Blaze de grootmoeder van de zussen Bloom en Bavin. Bloom is recent in Nederland superpreferent verklaard. Baroness was een van de stammoeders, vooral via haar zoon Baron (vader van Jamboree) en dochter Baggage (moeder van Package).

In deze periode waren Betty en Maurice niet alleen toonaangevend met hun stoeterij, maar waren ze ook zeer actief in bestuurlijke zin, op gebied van promotie van de Shetland Pony en waren ze jurylid.

Beide hebben bestuurlijk veel betekend in Groot Brittanie. Betty is voorzitter geweest van het Britse Stamboek en Maurice stond aan de wieg van het naoorlogse fokplan voor de Shetland Eilanden, waarbij het doel was de pony’s op de Shetland Eilanden te inspecteren en via premiehengsten (vanuit het moederland) het niveau te verbeteren. Zo werden Spook en Rosetaupe beide als fokhengst ingezet op de Eilanden.

Ondanks dat Maurice altijd meer op de achtergrond bleef was hij zeer kundig en ervaren voor wat betreft paarden en vooral Shetland Pony`s. In 1965 schreef hij zelfs het eerste boek over Shetlanders, dat hij opdroeg aan zijn vrouw Betty. In het boek, een must voor iedere liefhebber, geeft Maurice blijk van een enorme visie en kennis van de Shetland pony. Hij was van mening dat je continu moest streven naar verbetering van het ras en niet moest fokken voor showresultaten of om simpelweg je stoeterij uit te breiden. Naar zijn mening zijn fokkers de ruggengraat van een stamboek. Kennis van fokken kan alleen opgedaan worden door ervaring en discussie met experts. De Cox`en volgde het line-breeding principe, om de goede eigenschappen van beide bloedlijnen te behouden en zo het ras te verbeteren.

Betty en Maurice hebben zich uitgebreid georiënteerd op shows en door vaklui laten adviseren alvorens ze in het diepe sprongen en pony’s aankochten. In de opbouwfase van de Marshwood Stoeterij is de lijn tussen lijn en inteelt echt wel eens overschreden, omdat de keuzes voor hengsten beperkt waren. Zo hebben Supremacy en zijn drie broers als grootvader Rustic Sprite, zowel vanuit moeder Jessamine als vader Sprinter. Daarna is echter met een lange termijn visie een zeer reputabele stoeterij opgebouwd. Op het einde toen de aansluiting met de hengsten (o.a. Gletness Rockcall) minder klikte konden ze het hoge niveau niet vasthouden. Desondanks hebben velen in Nederland en elders in de wereld successen geboekt met Marshwood gefokte pony’s en met het principe van line-breeding. In volgende “Shetland Pony`s” meer over beide onderwerpen.

Vanwege het feit dat er geen opvolging was is in september 1983 de hele Marshwood Stoeterij via een veiling opgedoekt. In de weken hiervoor werden door Bunswaard en de Brouwerij nog Bloom, Pauline en dochters Peaony en Pandora aangekocht. Velen onder ons hebben nog vaak gedacht “hadden we de hele boel maar gekocht”. Diegene die de Cox`en gekend hebben en de schitterende Marshwood Stoeterij bezocht hebben zijn bevoorrecht. Het ging Betty aan het hart dat haar levenswerk eindigde met een veiling. Betty en Maurice waren echter met recht zeer trots op wat ze de internationale ponywereld nalieten.

Ton Burgers 2008